Digitale Camera’s

De valkuilen van de reclame, waarop te letten bij koop.

Wat moet u met al die kreten en wat betekenen ze.

De classe en de mogelijkheden van een door u aan te schaffen digitale camera wordt bepaald door de vraag: “Wat wil ik ermee doen”, m.a.w. wat zijn de eisen die u aan die camera stelt.

Een antwoord van u aan een handelaar in de orde van: “Ik wil mijn foto’s ook op internet kunnen zetten”, zo’n antwoord hoort hij het liefst, hij kan er immers alle kanten mee op.

Een digitale camera doet hetzelfde als een gewone camera die films als opslagmedium gebruikt. Hij gebruikt nog steeds een ‘lens’, een ‘sluiter’ en een ‘diafragma’. (Schijfjes die een grotere of kleinere opening vormen waar het licht doorheenvalt op het lichtgevoelig element). Aan dit samenstel van eenheden is sinds de uitvinding van de fotografie (rond 1830) niets gewijzigd.

De voornaamste verandering is het lichtgevoelig medium. Is dit bij gewone camera’s de film, bij digitale camera’s is dit een CCD-cel (Charge Coupled Device) die het licht omzet in elektrische impulsen. Bij een videocamera worden deze pulsen op een band opgeslagen, bij een digitale camera in: geheugen. Dit zijn de z.g. Memory-cards, die er in veel soorten zijn.

Resolutie: Het belangrijkste. Enige tijd geleden is hierop ook gewezen bij scanners. Als u van plan bent om foto’s op internet te zetten, of per e-mail aan uw vrienden te sturen dan is een camera die 640×480 pixels maakt in JPG voldoende. Bent u van plan ook duidelijk te printen in een groter formaat, of denkt u aan drukwerk dan hebt u respectievelijk een grotere, of de hoogst mogelijke resolutie nodig.

Daar komt nog bij dat een camera met een hogere resolutie, een veel gedetailleerder beeld &endash;bij hetzelfde formaat- op uw scherm geeft.

Een scherm voor een Apple heeft een resolutie van 72 dpi (dots per inch), een pc scherm moet een resolutie van 96 dpi hebben. Effectief geeft een opname van 150dpi een grotere afbeelding op een Mac-scherm dan op een pc scherm.

Voorbeelden: Opname gemaakt met een 4.0 megapixel* (effectief) camera

 

Hoogte bld breedte bld dpi
79,02 59,27 72 Op Mac-scherm.
28,45 37,93 150 Kleurenprinter
18,97 25,29 225 Minimaal aantal dpidrukwerk.
14,22 18,97 300 Normaal aantal dpi drukwerk, EN gewenst voor een redelijke kleurenafdruk.

U ziet wat er gebeurt, naarmate de kwaliteitseisen, OF uw wensen veranderen neemt het formaat van de afbeelding af, bij eenzelfde aantal pixels. Met een 4.0 megapixel camera zou u in theorie een 13×18 kleurenprint op 300dpi kunnen laten maken. In de praktijk kloppen de lxb verhoudingen van uw camera en het fotopapier echter niet, bovendien is ‘uitsnede’ meestal anders dan het opgenomen beeld, blijft over: 10x15cm.

Het belang van een zo hoog mogelijke resolutie hoop ik hiermede onderstreept te hebben.

*4.0 megapixel. Het zal duidelijk zijn dat een camera die 4 miljoen ECHTE pixels opneemt, een veel duidelijker beeld geeft dan een camera die maar wat pixels erbij verzint, z.g. interpoleert. Dit is een onduidelijkheid in de reclame, er wordt (vrijwel) NOOIT bijgezegd of het echte pixels zijn of geïnterpoleerde.

Objectief: Of in dagelijks spraakgebruik: de lens. Alle digitale camera’s hebben een zoomlens. De meeste komen in de buurt van 35-105 mm (omgerekend naar analoge camera’s). Als dit een ECHTE zoom is, is er niets aan de hand. Maar in veel advertenties en beschrijvingen staat eenvoudig: 5x zoom, 2x+2x zoom. Wat moet u hiermee?

De electronische truc is een DIGITALE zoom. Een digitale zoom, zoomt niet in op het onderwerp maar op de nullen en eenen die de CCD cel maakt. Kortom hij vergroot het digitale beeld van de CCD cel en maakt hiervan uw definitieve afbeelding, nadat hij nog wat geïnterpoleerd heeft. Het zal duidelijk zijn dat een (veel) onscherper beeld dan met een echte zoom het resultaat is.

Opslag: Bij een analoge camera zit u vast aan films van 12, 24 of 36 opnamen. De geheugenkaarten van een digitale camera geven u de mogelijkheid desnoods 100-den opnamen op een kaart te maken. Hangt wel van soort en type af, evenals de prijs. (Men kan beter enige kaarten nemen waar minder opnamen op gaan dan één grotere kaart, immers gaat de grote kaart stuk dan is men alles kwijt).

Gevoeligheid: De films hebben een bepaalde gevoeligheid die u per filmsoort in moet stellen (100 of 400 asa). Bij de meeste camera’s kunt u die gevoeligheid ook instellen, deze kan zelfs per opname. Dit laatste is een groot voordeel t.o.v. analoge camera’s.

Dichtbij opnamen: Veel camera’s hebben een ‘macro’-stand. Hiermee kunt u tot 30 of 40 cm bij het onderwerp komen (hangt van de camera af).

De beelden kunnen via een kabel, of een drive waar de geheugenkaart in past overgebracht worden op een computer, Apple of pc maakt in de meeste gevallen niets uit. Als veel opnamen maakt met uw computer in de nabijheid kunt u de beelden rechtstreeks op de computer zetten. (Afhankelijk totale configuratie).

Met een beeldbewerkingprogramma kunt u de beelden dan verder bewerken.

Zou u de camera-JPG’s (de plaatjes die u opneemt) met de hand moeten openen in Photoshop, dan is hiervoor een handig programma die alle opnamen in een keer leesbaar maakt voor Photoshop: Cameraid. Dit is van internet te plukken.